Leven met een ultraloper: van ree tot Mont Ventoux

WhatsApp Image 2026 04 22 At 11.35.20 768x1024

Je denkt: we gaan twee weken naar Frankrijk. Zon, rust, beetje vakantie. Maar als je met Stefan van der Pal op pad gaat, weet je eigenlijk al dat het anders loopt. Het wordt geen standaard vakantie. Het wordt een combinatie van trainen, plannen, aanpassen en vooral: samen alles draaiende houden. En juist dat maakt het leuk.


Een vliegende start (letterlijk)

We waren nog geen dag onderweg toen het al raak was. Auto volgeladen, drie kinderen, twee honden en alles wat Stefan nodig denkt te hebben en toen een ree op de snelweg. Niet een klein tikje, gewoon vol erop.

Gelukkig konden we door. Tot het dashboard begon te knipperen alsof het kerst was. Meldingen, lampjes… en uiteindelijk de bekende “schildpadmodus”.

Bij de garage werd het duidelijk: technisch probleem, auto rijdt nog, maar niet zoals je zou willen. Zeker niet als je richting een berg gaat waar iemand vrijwillig 126 kilometer overheen wil rennen.


Twee manieren van kijken

Op dat soort momenten merk je hoe verschillend we zijn.

Stefan kijkt naar de berg en zegt: “komt goed.”
Ik denk: oké… maar hoe dan precies?

Dus terwijl hij buiten staat te genieten van het uitzicht op de Mont Ventoux, zit ik te bellen, plannen en scenario’s te bedenken. Van garages tot verzekeringen tot: hoe gaan we dit praktisch oplossen?

En eerlijk is eerlijk: juist die combinatie werkt. Hij houdt het klein, ik zorg dat het geregeld wordt. En ergens in het midden komt altijd een oplossing.


Plan aanpassen en doorgaan

Omdat de auto niet helemaal betrouwbaar voelt, hebben we de aanpak aangepast. Normaal zou ik hem boven op de berg voorzien van nieuwe spullen, maar nu werken we met vooraf klaargezette tassen bij de verzorgingsposten. Zo kan hij altijd door, ook als wij er niet op tijd zijn. En voor mij scheelt het stress. Want het laatste wat je wilt, is dat je zelf een onderdeel van het probleem wordt.


De echte voorbereiding begint nu

En dan komt de dag zelf steeds dichterbij. Daar kijk ik misschien nog wel het meest tegenop. Vrijdagavond laat zet ik hem af bij de start. Terwijl hij begint aan zijn 126 kilometer, stap ik weer in de auto en rijd ik terug naar ons huisje – zo’n 60 minuten verderop.

Daar begint ook mijn ultra. De volgende ochtend vroeg opstaan. Honden uitlaten. Kinderen klaar maken. Ondertussen zijn tijden volgen: hoe snel gaat hij, waar zit hij ongeveer, hoe loopt het? En dan zorgen dat we ergens tussen 08:00 en 09:00 boven op de Mont Ventoux staan. Als het even kan, met alles geregeld, zodat hij daar gewoon door kan.

De rest van de dag is schakelen.
Honden verzorgen.
Kinderen vermaken.
Onderweg zijn.
En op de juiste momenten klaarstaan om hem aan te moedigen en te helpen.

Als alles volgens plan gaat, komt hij ergens rond 20:00 weer binnen.

En eerlijk?
Ik zal blij zijn als het zover is.


De spanning die erbij hoort

Vooraf kijk ik er soms tegenop. Niet omdat ik er geen zin in heb, maar omdat je wilt dat alles goed gaat. Zeker nu, met een auto die niet mee de berg op mag, zit er net wat extra spanning op. Dat zijn dingen die je er eigenlijk niet bij wilt hebben. Maar tegelijk weet je ook: we lossen het wel op. Dat doen we altijd.


Waarom we dit doen

Want ondanks alles, de chaos, het plannen, het aanpassen, is dit ook precies waarom we dit doen. We maken dingen mee die je anders nooit meemaakt.
We zijn samen onderweg. En we groeien er allebei in, ieder op onze eigen manier.

En ja… als hij niet sport, wordt hij ook gewoon een stuk minder gezellig 😉
Dus laten we eerlijk zijn: dit is voor iedereen beter.


Op naar de start

Vrijdag gaat hij van start.
126 kilometer.

En ik zorg dat wij er staan.
Op de juiste momenten. Op de juiste plekken.

Hoe precies?
Dat zien we wel.


Moraal van het verhaal

Leven met een ultraloper is niet altijd makkelijk.

Maar het is wel:

nooit saai
zelden voorspelbaar
altijd een avontuur

En uiteindelijk komt het altijd goed.