Vrijdag begon eigenlijk rustig. Even uitslapen, met de honden wandelen en proberen de dag ontspannen te starten. Maar helemaal ontspannen was de aanloop naar deze race allesbehalve.
Na de aanrijding met een ree eerder deze week bleek namelijk dat onze eigen auto niet meer de bergen in kon. De wervelkleppen waren defect, waardoor de turbo geen lucht meer kreeg. Niet bepaald ideaal als je midden in de Provence afhankelijk bent van vervoer tussen verzorgingsposten.
Gelukkig regelde Marianne op het laatste moment een alternatief: de bus van de buurman. En niet zomaar een bus, maar een exemplaar waar menig supportcrew jaloers op zou zijn. Crisis voorlopig opgelost.



Daarna reden we naar Malaucène om mijn startnummer op te halen. Uiteraard bleef het niet bij alleen een startnummer. Er ging ook nog een stokkenzak mee naar huis en een trui van de wedstrijd. Want als je 126 kilometer gaat afzien, mag daar best een souvenir tegenover staan.
Thuis volgde het bekende ritueel: een eitje bakken, nog wat proberen te slapen en in de avond een bord pasta naar binnen werken als laatste brandstof. Alleen besloot mijn lichaam daar anders over. Niet veel later kreeg ik flinke hoofdpijn en werd ik misselijk. Of het spanning was of iets verkeerds gegeten, geen idee, maar het volledige bord pasta kwam er weer uit.
Niet bepaald de ideale voorbereiding. Dat zorgde natuurlijk direct voor wat zenuwen. Toch nog even gaan liggen, proberen rustig te blijven en daarna om 22.00 uur weer de focus terug: omkleden, spullen klaarleggen en richting start.
Een chaotische start

Om 23.35 kwamen we aan bij de start, iets later dan gepland. Dat betekende direct tempo maken: nog snel vaseline smeren, naar het toilet en laatste spullen checken. Toen bleek ook nog dat mijn Shokz-koptelefoon in een andere tas in de auto lag. Weg zorgvuldig samengestelde playlist voor onderweg.
In het startvak ontdekte ik vervolgens dat mijn hoofdlamp nog niet op mijn hoofd zat. Die moest dus ook nog uit de tas worden gevist. En precies toen iedereen drie minuten voor de start moest knielen en met de lamp zwaaien, deed mijn lamp het ineens niet. Batterij eruit, batterij erin, opnieuw proberen, gelukkig werkte hij weer.
Door alle chaos stond ik helemaal achteraan bij de start. Maar met 126 kilometer voor de boeg leek dat nog geen enkel probleem.
Om 23.59 uur klonk het startschot. Ik zag het gezin nog staan langs de kant, keek hun kant op… en stapte direct vol in een plas. Binnen vijftig meter een natte schoen. De toon was gezet.
Een sterke nacht
Daarna liep het verrassend soepel. Het tempo voelde goed en ik zat direct lekker in mijn ritme.
Bij Entrechaux (04.36 uur) nam ik bewust iets langer pauze en stuurde Marianne even een bericht dat ik daar wat langer stond, zodat zij haar planning kon aanpassen.
Vorig jaar had ik veel moeite met het stenige terrein, maar dit jaar wist ik precies wat me te wachten stond. Daardoor kon ik het veel beter accepteren en liep het mentaal een stuk makkelijker. Ik besloot bovendien zo lang mogelijk zonder stokken te lopen. Ik merk daar meestal weinig voordeel van, waarschijnlijk omdat mijn techniek daarin nog verre van perfect is. Elke keer als ik ze pakte, was het zware stuk alweer bijna voorbij. Daarom besloot ik ze pas echt te gebruiken als het technisch noodzakelijk zou worden.
Mijn voeding liep in deze fase perfect. Bij vrijwel iedere verzorgingspost hetzelfde patroon: water, cola, watermeloen, banaan en gels. In de nacht hield ik mijn koolhydraatinname iets lager dan overdag, omdat opname dan vaak wat lastiger gaat.
Mont Serein: supportcrew op volle toeren
Om 09.47 uur kwam ik aan bij Mont Serein, waar Marianne en de kinderen op me wachtten.
Yorn en Yfke stonden me al op te wachten en Yfke was fanatiek foto’s aan het maken. Op mijn vraag hoe lang ze er al stonden, kreeg ik het droge antwoord dat ze “al minstens vijftien minuten” aan het wachten waren. Kortom: perfecte timing volgens kinderstandaarden.
Marianne had ondertussen de dropbag al opgehaald, alles klaargezet en stond in de verzorgingstent klaar. Er lag pasta voor me waarvan Hero overigens direct ongeveer de helft opeiste. Ook kreeg ik bouillon, schone kleding, zonnebril en een zonneklep.
Dat zonneklepje heb ik later niet veel gebruikt veel te warm.
Marianne had ook al mijn flesjes gevuld en zelfs een derde flesje klaargezet omdat ik vorig jaar de volgende verzorgingspost lang vond duren. Achteraf een uitstekende beslissing, want dat flesje heb ik volledig nodig gehad.





Ventoux, sneeuw en ijs
De klim naar de top van de Ventoux was bijzonder. Onderweg sprak ik opvallend veel Fransen die verrassend goed Engels spraken, wat altijd leuk is tijdens zo’n lange race. Dat soort korte gesprekken breken de uren mooi op.
Richting de top lag nog flink wat sneeuw en ijs. Sommige stukken waren daardoor spekglad. Bij een afdaling was het zelfs zo glad dat ik een stuk op mijn billen naar beneden ben gegleden. Niet elegant, wel effectief.
Boven op de top was het fris, maar ik voelde me nog opvallend goed. Zowel fysiek als mentaal zat ik nog sterk in de race. Daarna volgde de lange afdaling naar beneden, deels over asfalt. Onderweg kwam ik wielrenners tegen die zichtbaar worstelden met de klim omhoog. Ook mooi om te zien dat niet alleen lopers daar afzien.
Verrassing bij Lake Patty
Tijdens die afdaling belde ik Marianne nog even. Zij hadden er bijna twee uur over gedaan om terug te komen bij het huis en twijfelden of ze de volgende post nog zouden halen. Ze moesten zelf nog ontbijten en hun hele dag draaide inmiddels ook volledig om mijn schema.
Omdat ik sneller liep dan verwacht, werd hun planning steeds lastiger. Ik zei dat het geen probleem was als ze het niet zouden halen. Ik had alles bij me en kon prima door.
Des te mooier was het toen ik rond 13.50 uur bij Lake Patty aankwam en ze daar toch stonden. Daar stonden koude cola, frietjes en een pannenkoek voor me klaar. Exact het soort luxe waar je midden in een ultratrail ongekend blij van wordt. Nog een halve rol mentos erbij voor een frisse mond en weer door.


De warmte en de eerste dip
Om 14.31 uur kwam ik aan bij Le Barroux. Daar moest ik dringend naar het toilet en niet voor een snelle plas. Soms kan een fatsoenlijke sanitaire stop tijdens een ultratrail meer opluchting geven dan een complete verzorgingspost.
Bij Le Barroux zat ik inmiddels ruim boven de 90 kilometer en voelde ik me nog steeds goed, al begon de warmte wel serieus toe te slaan. Het werd steeds meer een kwestie van slim lopen: ieder stukje schaduw meepakken dat er was en vooral blijven doseren.
Tussen Gigondas en Le Barroux dacht ik veel aan Rutger en aan vorig jaar. Daar zat hij toen in een huisje en kreeg ik van zijn vrouw onderweg nog cola daar aangereikt. Mooie herinneringen die juist op zulke lange dagen ineens weer bovenkomen.
Kilometer 109: het breekpunt
Om 17.20 uur kwam ik aan in Gigondas, op ongeveer 109 kilometer. Daar voelde ik voor het eerst dat het minder begon te worden. Ik probeerde nog goed te eten: watermeloen, banaan, cola, extra gels. Maar het lukte niet meer. Ik kreeg simpelweg niets meer goed weg. De zoete gels begonnen bovendien pijn te doen aan mijn kies.
Dat is bij mij altijd een lastig punt in races boven de 100 kilometer. Op een gegeven moment verdwijnt de eetlust volledig, terwijl je weet dat je moet blijven eten. Daar besefte ik ook dat het zwaarste mentale stuk nog moest komen: de laatste technische sectie. En precies daar was mijn kracht verdwenen.
Normaal zijn technische klimmen juist mijn sterkste punt, maar omhoog hardlopen lukte niet meer. De power was eruit. En als zelfs je sterkste onderdeel niet meer werkt, weet je dat het zwaar gaat worden.
De laatste kilometers
Dat laatste stuk heb ik eerlijk gezegd een beetje verdrongen. Ik weet vooral nog dat ik boos werd. Op alles. Op het parcours, op de hitte, op de stenen, op de organisatie, op mezelf. Alles wat nog hardlopend kon, probeerde ik te blijven lopen. Ik bleef maar wachten op de rotsblokken waarvan ik wist dat ze zouden komen. Maar die kwamen niet. En ineens besefte ik: We zijn bijna bij de finish.
Alsof de parcoursbouwer nog één laatste grap wilde maken, liep het slotstuk nog door een grasveld vol modder. Tot aan de enkels wegzakken, precies waar je op dat moment op zit te wachten. Daarna onder een brug door, voeten nog enigszins fatsoeneren en daar stonden ze weer: Marianne, Yorn, Yfke en Hero.
Hero liep het laatste stuk met me mee richting finish. Samen over de streep.



Finish
Na de finish plofte ik direct op een stoel neer en werd ik enorm misselijk. Tien minuten lang was ik nauwelijks aanspreekbaar. Marianne gaf me koude cola en langzaam kwam ik weer een beetje bij.
Er kwamen nog een Nederlands gezin naar me toe die toevallig in de omgeving op vakantie waren. Ze hadden de hele dag de enige Nederlandse deelnemer gevolgd. Heel bijzonder en ontzettend leuk, al was ik op dat moment zelf iets te ver heen om ze daar echt voor te bedanken.
Het echte herstelwerk
Daarna snel richting huis. Onderweg moesten we nog stoppen omdat ik absoluut niet de auto van de buurman wilde onderkotsen. Eenmaal thuis volgde een vrij complete lediging van mijn hele systeem, van voren én van achteren. Daarna snel douchen en direct naar bed.
Ik heb uiteindelijk goed geslapen. Toen ik wakker werd, bleek Marianne al mijn sportspullen te hebben opgeruimd, kleding te hebben gewassen en zelfs de ondergekotste wc schoongemaakt. Sorry daarvoor, Marianne.
Ze had ’s nachts ook nog kersensap van Amaxx naast mijn bed gezet voor het herstel, waar ik nog wat van heb kunnen nemen.
En de volgende ochtend? Gewoon weer ontbijt, met de honden naar buiten al was “strompelen” een betere omschrijving dan wandelen en daarna neerploffen bij het zwembad. Want uiteindelijk is het ook gewoon vakantie.
Terugkijkend
126 kilometer.
6.500 hoogtemeters.
Een betere race dan vorig jaar. Meer controle, meer ervaring, beter ingedeeld. En misschien nog wel belangrijker: genoten van (vrijwel) iedere kilometer.


Hi Stefan,
Wij waren de Nederlandse familie die bij de finish waren en je de hele dag gevolgd hebben tijdens deze topprestatie! Bedankje niet nodig hoor.
Ik heb heb nog een finish filmpje van je. Al via Facebook dm gedeeld maar weet niet of het doorkomt. Bij deze heb je mijn email, stuurt maar mailtje als je videotje wilt.