start crossing switserland

Van Zwitserse bergen naar Friese dijken

Sommige verhalen schrijf je direct na afloop. Andere hebben wat tijd nodig. Dit is zo’n verhaal.

Crossing Switzerland was een avontuur waar we als gezin maanden naartoe hadden geleefd. Er gingen ontelbaar veel trainingsuren in zitten. Routes werden bestudeerd, materiaal getest, dropbags ingepakt en accommodaties geboekt. Niet alleen voor mij, maar voor het hele gezin. Marianne had alles geregeld. Vijf verschillende accommodaties verspreid door Zwitserland, zodat zij met de kinderen en de honden achter mij aan konden reizen terwijl ik van Vaduz naar Montreux liep. Maandenlang leefden we ernaartoe. En toch stopte ik al na één dag.

Sterk omhoog, dramatisch omlaag

De start voelde goed. Op de beklimmingen liep het eigenlijk beter dan verwacht. Ik voelde me sterk en haalde regelmatig andere lopers in. Daar leek het harde trainen zijn vruchten af te werpen. Tot de afdalingen begonnen.

Waar het omhoog vanzelf leek te gaan, werd iedere afdaling een gevecht. Stap voor stap, steen voor steen. Terwijl andere lopers bijna moeiteloos over de rotsen naar beneden dansten, was ik vooral bezig overeind te blijven. Meer dan tien keer ging ik onderuit. Meer dan tien keer stond ik weer op. Maar ergens wist ik ook dat het wachten was op die ene keer dat het niet goed zou aflopen.

Misschien heb ik mezelf overschat. Misschien heb ik het parcours onderschat. Waarschijnlijk allebei een beetje.

Het moment waarop de keuze viel

Alsof het nog niet lastig genoeg was, brak onderweg ook één van mijn carbonstokken. Het werd donker en Marianne was onderweg naar een verzorgingspost om een nieuwe stok te brengen. Normaal gesproken zou dat het moment zijn geweest om weer door te gaan.

Maar onderweg werd één ding steeds duidelijker. Dit was geen dipje. Ik zag mezelf niet nog vier nachten op deze manier door de bergen gaan. De afdalingen waren simpelweg te gevaarlijk geworden.

Dus ik pakte de telefoon. “Ik stop. Ik ga met jullie mee.”

Dat was even schrikken. Volgens mij wilden ze die nieuwe stok nog snel neerzetten en weer wegrijden zodat ik geen keuze meer had. Maar die keuze was al gemaakt. Soms gaat het niet om doorzetten. Soms gaat het om verstandig zijn.

Om 23.30 uur zag ik het gezin weer op de verzorgingspost en zat Crossing Switzerland erop.

Van ultraloop naar vakantie

Achteraf gezien was dat misschien helemaal niet zo’n slechte uitkomst. We hebben alsnog alle accommodaties bezocht die Marianne had geboekt. Alleen dit keer niet als achtervolgende crew van een ultraloper, maar samen als gezin.

Dat vroeg af en toe wat improvisatie. Niet iedere accommodatie had rekening gehouden met een extra gast die eigenlijk ergens hoog in de bergen had moeten rondlopen. Maar uiteindelijk kwam alles goed.

We hebben prachtige plekken bezocht. Bergen, meren, dalen en dorpjes waar we anders waarschijnlijk alleen maar langs waren gekomen. Op de dag dat we naar huis reden kwamen we zelfs nog langs de finishlocatie in Montreux. Dat voelde even vreemd, maar tegen die tijd had ik me er eigenlijk al bij neergelegd. Deze uitdaging bleek net een stap te ver.

Een nieuw idee

Na de zomer verdween Zwitserland langzaam naar de achtergrond. Ik bleef trainen. Niet met een nieuw doel, maar gewoon omdat ik het leuk vind. Toch begon er langzaam weer een idee te groeien.

Ooit wil ik graag een rondje Nederland lopen. Maar waarom niet eerst dichter bij huis beginnen? Met een rondje Fryslân.

Toen ik dat thuis vertelde, zei Marianne vrijwel direct: “Waarom volgend jaar? Waarom niet nu?” Daar had ze eigenlijk wel een punt. De conditie is goed. Het weer is nog prima. Dus kwam er een datum: 11 september.

Inmiddels officieel: Rûnom Fryslân

Wat begon als een idee aan de keukentafel, is inmiddels uitgegroeid tot iets groters. De route staat vast en we hebben ondertussen een officiële FKT (Fastest Known Time) ingediend. Daarmee krijgt Rûnom Fryslân niet alleen voor ons betekenis, maar hopelijk ook voor toekomstige ultralopers die dezelfde uitdaging willen aangaan.

Vrijdag 11 september om 20.00 uur start ik in Kornwerderzand, de Poort van Fryslân. Vanaf daar volgt een volledige ronde langs de provinciegrens, ruim 273 kilometer lang. Geen bergen en geen technische trails, maar wel wind, dijken, water, nachtelijke uren en een eindeloze horizon.

De logistiek is deze keer een stuk eenvoudiger dan in Zwitserland. Marianne gaat samen met onze jongste zoon mee in de camper. Elke 50 kilometer staan zij op een afgesproken verzorgingspunt. Tussen die posten door heb ik voldoende eten, drinken en materiaal mee om zelfstandig de volgende 50 kilometer te overbruggen. Ondertussen zorgt buurman Frank ervoor dat Nikki en Lasse thuis niets tekortkomen.

Bijzonder is ook dat de route is uitgezet door Jort. Sterker nog: hij heeft inmiddels al aangegeven dat hij deze uitdaging volgend jaar zelf wil gaan lopen. Dankzij zijn speurwerk langs dijken, provinciegrenzen en buitenwegen ligt er nu een route die Fryslân werkelijk volledig omarmt.

Of het een FKT wordt, weten we pas als ik weer terug ben bij Kornwerderzand. Maar één ding staat vast: dit avontuur gaat wél van start.

Niet door Fryslân.

Maar eromheen.

Rûnom Fryslân.

ontwerp zonder titel